Een vriend vroeg of ik mee ging naar een borrel in buurtcentrum De Lommerd in het Spijkerkwartier. Ik vind borrels zwaar o.k. om het even populair te zeggen, dus ik wilde wel mee. Zodoende liep ik dinsdag einde van de middag De Lommerd binnen.

De klapdeuren piepte toen ik ze opende. Ik zag direct dat ik een toespraak had verstoord. De man die de toespraak hield keek mijn kant op. Ook alle andere aanwezigen keken mijn kant op. Ik herkende vijf wethouders en burgemeester Krikke in het publiek. Dat voelde niet goed.

Ik deed maar alsof het heel gewoon was dat ik daar zo binnenkwam. Wat moest ik anders. De man ging verder met zijn toespraak. Over buurtbewoners die het wijkcentrum gaan overnemen. Ze willen er een plek van maken waar iedereen welkom is. Dat stelde me wel enigszins gerust. Ze zouden het wel niet erg vinden dat ik nu alvast even langskwam.

Na de toespraak begon dan de borrel en ik dronk een biertje en praatte met mijn vrienden verder over de buurtbewoners die het heft in eigen hand nemen. Verderop zag ik de burgemeester staan. Ik dacht: dit is mijn kans een praatje met haar te maken.

Ik deed het. Het was een prettig gesprek. Ik maakte haar zelfs aan het lachen. Het kan ook zijn dat ze dat uit beleefdheid deed. Met burgemeester Krikke ben ik wel blij.  Ik zie haar vaak door de stad fietsen en dat lucht mijn dan enorm op want soms lijkt Arnhem een grote anonieme stad, waar je je buren nauwelijks kent en bouwprojecten een eigen leven leiden, waar kantoortorens staan waar mensen in en uit lopen zonder dat je weet wat ze daar doen. 

Zie ik dan burgemeester Krikke fietsen dan lijkt Arnhem weer op dat overzichtelijke provinciestadje waar ik al heel mijn leven woon. Dat duurt altijd maar kort. Ze fietst heel hard.

(Gelderlander 21/9/2010)