Mijn neef R. klaagde dat ik nooit iets schrijf over Presikhaaf. Het gaat bij mij altijd over Malburgen of het centrum, zei hij. Hij had wel een beetje gelijk. Over Presikhaaf heb ik nog nooit geschreven. Dat zat me niet lekker. Ik wil niet overkomen als iemand die liever niet over Presikhaaf schrijft. Ik besloot er eens heen te fietsen.

Onderweg reed ik toch eerst even het centrum in. Bij mijn vorige bezoek aan de bibliotheek had ik per ongeluk een van hun boeken in mijn tas gestoken. Ik zette hem zo onopvallend mogelijk terug in de boekenkast. Een reprimande van de bibliothecaresse ging ik liever uit de weg. Al zijn de bibliothecaresses allemaal vervangen door automaten. Ik moet bekennen dat ik ze wel een beetje mis. Die strenge blik over de rand van hun leesbrilletjes en dat mismoedig schudden met het hoofd als zij het telaatgeld incasseren.

Enfin, nu ging ik dan door naar Presikhaaf. Ik besloot eerst naar het park te gaan. Circus Renz Berlijn was er neergestreken. Het tentdoek hing open. Ik rook het zaagsel van de piste. Daarna liep ik naar de Spitting Leaders. De populaire Amerikaanse weblog Boing Boing schreef er een tijd geleden nog over. Ze vroegen zich af waar dit briljante kunstwerk staat. In Presikhaaf dus.

Later fietste ik langs het winkelcentrum aan de Vrij Nederlandstraat. Op een elektriciteitskastje was een poster geplakt. Iemand had een loslopende hond gevonden. De eigenaar kon bellen naar het dierenasiel. Naast het elektriciteitskastje stond een flip-over. ‘Burenhulp Voor Elkaar heeft de koffie klaar’ las ik. Het was van stichting De Klub. Ik gluurde er naar binnen. Tafels met kleedjes. Het was nog niet zo druk.

Ik fietste verder de Vrij Nederlandstraat af. Aan mijn rechterhand zag ik portiekflats en aan mijn linkerhand iet wat saaie rijtjeshuizen. Ik voelde mij er wel thuis. Het leek net Malburgen.

(Column De Gelderlander 9/10/2010)