Ida

Als je door de Badhuisstraat loopt, zoals ik op deze mistige donderdagochtend doe, en je kijkt naar de desolate Cobercofabriek dan kun je nog denken dat daar  in de toekomst iets nieuws zal verrijzen. Eengezinswoningen, ateliers, winkels. Zie je de vlinderstuiken die daar groeien dan kun je je de grote paarse bloemen inbeelden die daar van de zomer zullen bloeien. Vlinders zijn er dol op.

Je kunt in de Badhuisstraat je oog laten vallen op de Opel Zafira’s, de Volkswagen Tourans en de Renault Meganes die daar geparkeerd staan en je kunt je er de gelukkige gezinnen bij voorstellen die zich er mee verplaatsen.

Je kunt van de Badhuisstraat foto’s opzoeken van vroeger en je zult je verbazen over die ene foto van het buitenzwembad in de Rijn, waar op een smalle duikplank vier iets te dikke mannen staan. Ze dragen alle vier een badpak.

Je kunt dat allemaal doen. Maar de Badhuisstraat zal altijd de plek blijven waar op 22 november 2010 het vermoorde lichaam van straatprostituee Ida gevonden werd. Gedumpt alsof het niets waard was, naast een container met slachtaval.

Er is dat ene fragment uit een interview met Ida. Met wat ooit de handen van een gezonde vrouw waren, prepareert ze cocaïne op een klein stukje zilverfolie. Ondertussen praat ze over haar leven. Haar woorden rijgen zich aaneen tot een levensles. De levensles van een straatprostituee.

“Soms vraag ik me af: wat heb ik gedaan? Snap je wat ik bedoel? Want dan loop je op straat - het doet me pijn als ik het zeg -  dan loop je op straat, je hebt niks gedaan, word je uitgescholden. Dan denk ik van hé, ik ken je helemaal niet. Jij kent me helemaal niet. Van hoe ik binnen ben, hier binnen in mijn hart. Toch? Dan kennen ze me toch niet?”

Ik dacht: ze heeft gelijk. Alleen daders verdienen het veroordeeld te worden.

Gelderlander 26/11/2011