Energie
Pas toen ik woensdag in lijn 1 het Arnhemse WTC voorbij reed, viel mij op dat het rode Essent-logo vervangen is door het blauwe logo van Atos. Ik vroeg me af hoe dat gegaan was. Of het met een enorme hijskraan was gedaan, waar dan op 70 meter hoogte een bakje aan bungelt met twee mannetjes erin die de mansgrote letters er af schroeven.
Of dat ze het via het dak gedaan hebben, met touwen of zo, en die letters daarna één voor één in de lift naar beneden hebben gebracht. Met zo’n handig plankje op wielen, die verhuizers altijd gebruiken. De hele busrit hield de kwestie van het Essent-logo mij bezig. Toen ik uitstapte was me één ding wel duidelijk. Dat het goed is dat ik mij nooit met dergelijke praktische kwesties bemoei.
Ik zat in lijn 1 om op Arnhems Buiten een bijeenkomst van jonge Arnhemse designers bij te wonen. Zij zijn wel praktisch ingesteld. Ze hebben ateliers waar ze van alles bouwen. Tafels, lampen, serviezen, kleding, sierraden. Design, dat ze exposeren in steden als San Francisco en Berlijn.
Ik sprak met Pim die niet alleen ontwierp maar ook feesten organiseert en fotografeert. Hij vertelde me hoe hij zijn eigen badkamer had omgebouwd tot doka. Ik hoorde hem vol bewondering aan, over al die verschillende dingen die hij kon, mij bewust zijnde van mijn enkelvoudige talent om daar later iets over te schrijven.
Na afloop kreeg ik een lift van Romy, interieurontwerpster. Ze vertelde dat ze een lamp ontworpen had van een meter doorsnee. Ik zei dat ik daar de woonkamer niet voor had. Ze bracht me naar huis in haar bestelwagen. Die associeerde ik altijd met bakkers en postbodes, maar in Arnhem rijden er jonge designers in rond. Om hun zelfontworpen meubels en lampen mee te vervoeren.
Thuisgekomen stelde ik vast dat je van jong talent energie en goede zin krijgt. Wel prettig dus dat we er in Arnhem zoveel van hebben.
Gelderlander 21/1/2012