Ik ben de ov-chipkaart gaan gebruiken om er in deze column over te kunnen schrijven. Eerder rapporteerde ik dat ik vanwege een defecte automaat lijn 1 uit was gestapt zonder uit te checken. Dat kostte mij vier euro. Om mijn geld terug te krijgen was ik gedwongen een restitutieformulier te downloaden op de website van Breng. Excuses werden niet gemaakt.
Hoe liep dat af? Eerst dacht ik: laat maar zitten. Dat wordt een gedoe waar geen einde aan zit. Mijn allergie voor alles wat ruikt naar bureaucratie begon op te spelen. Ik kreeg jeuk en lichte hoofdpijn. Thuis zat ik ook nog opgescheept met een defecte mediabox. Ik kan niets opnemen. Daar had ik het al moeilijk genoeg mee. Het restitutieformulier van Breng kon ik er gewoon even niet bij hebben.
Maar ik dacht ook: ik ben het de lezers verschuldigd. Anders had ik er niet over moeten beginnen. Zodoende rechtte ik de rug, nam het restitutieformulier ter hand en vulde het in. Tot mijn grote ergernis las ik onderaan het formulier dat ik het alleen in een voldoende gefrankeerde envelop kon opsturen. Ik belde direct de klantenservice om te vragen hoe ik die postzegel moest declareren. Dat defecte apparaat was tenslotte niet mijn schuld. Declareren was echter niet nodig. De telefoniste gaf me een antwoordnummer. Toen ik ophing besefte ik dat het telefoongesprek mij 50 cent had gekost.
Het verhaal is nog niet over. Op station Arnhem vergat ik uit te checken na een treinrit uit Rotterdam. Ik was op weg naar de uitcheckauotomaat. Een mooie vrouw liep voorbij. Mijn ogen volgden haar. De uitcheckautomaat was ik direct vergeten. Pas twee dagen later realiseerde ik mij dat ik had moeten uitchecken. De NS was echter heel schappelijk. Restitutie was geen enkel probleem. Het bleek om een bedrag van 45 cent te gaan. De telefoniste ging het direct overmaken. Ik voelde me begrepen.